ONDERNEMERSFONDS ENKHUIZEN

Indeling van Trekkingsrechten

Trekkingsrechten worden verkregen door iedereen die via een "OZB-niet-woning opslag" meebetaalt aan het ondernemersfonds. Dat zijn in Enkhuizen dus

alle ondernemers in de gemeente, commerciële en niet-commerciële, groot en klein, kantoren, fabrieken, instellingen voor zorg en cultuur, scholen, agrarische bedrijven, winkels en noem maar op.

De trekkingsrechten zijn bijna net zo groot, als wat er wordt ingebracht. Onder aftrek van investeringen voor stadsbrede projecten (15%) en operationele fondskosten (10%), worden de trekkingsrechten toebedeeld per postcodegebied. Ook kan er sectoraal trekkingsrecht worden uitgeoefend, wat met name geldt voor de zaadindustrie van Enkhuizen, de (medische)zorg, cultuur en sport.

Er bestaat de mogelijkheid tot sparen. Wat over is aan het eind van het jaar, mag worden meegenomen naar het volgende jaar. Zo kan er worden gespaard voor grote evenementen als bijvoorbeeld een lustrumactiviteit o.i.d. Uiteraard kan er per cluster niet meer worden aangevraagd dan dat er door een cluster is ingebracht. Onderling mogen in overleg ook trekkingsrechten worden uitgeruild. Niet opgenomen gelden worden na drie jaar aangewend voor stadsbrede aanvragen.

Volgens planning, is het Ondernemersfonds Enkhuizen volgens Leids model in 2018 van start gegaan. Voor de voorliggende periode van 2017 waren speciale afspraken met het college gemaakt.

Tenslotte is het voor alle trekkingsgerechtigden mogelijk om een stadsbreed initiatief in te dienen. Alle initiatieven zijn erop gericht om de economische dynamiek, de vitaliteit en leefbaarheid van de gemeente Enkhuizen te versterken.


Uitoefening van de trekkingsrechten

Alle ondernemers in de gemeente Enkuizen – commerciële en niet-commerciële, groot en klein, kantoren, fabrieken, instellingen voor zorg en cultuur, scholen, agrarische bedrijven, winkels en noem maar op – worden uitgenodigd hun ambities met betrekking tot hun omgeving kenbaar te maken. Het fonds is er om in onderling overleg die ambities te stimuleren, er financiering voor te verschaffen en de samenhang van het ondernemings-, woon- en werkklimaat in de gemeente Enkhuizen te faciliteren.

Hoofdlijnen

Voor de besteding van de middelen zijn eigenlijk maar twee hoofdlijnen:

    • De eerste hoofdlijn is dat er zo min mogelijk regels zijn. Alles wat ondernemers in gezamenlijk overleg tot hun gezamenlijke belang verklaren, komt voor financiering uit het fonds in aanmerking. Het bestuur van het fonds zal alleen bij fricties of onenigheid knopen doorhakken maar zal terughoudend zijn met de inhoudelijke beoordeling.
    • De tweede hoofdlijn is dat partijen die geld uit het fonds willen trekken, dat alleen kunnen doen via de vereniging waarvan ze lid zijn. En ze een aanvraag indienen met een alliantie van ondernemers achter zich. In de meeste gevallen zal het gaan om een vereniging van bedrijven in een gebied, in enkele gevallen om een vereniging van bedrijven in een sector. Maar de kern van het fonds is dat partijen gezamenlijk bepalen waaraan de trekkingsgelden worden besteed.

Spelregels

Deze twee hoofdlijnen leiden tot de volgende spelregels.

    • Het bestuur van het fonds doet bij voorkeur zaken met gebiedsgebonden verenigingen, omdat een vereniging een democratische organisatievorm is. Het moet gaan om ‘officiële’ verenigingen, opgericht bij notariële akte. Daarmee is de ‘accountability’ van het fonds voldoende gewaarborgd. Elke belastingbetaler moet vervolgens de gelegenheid krijgen lid te worden van de vereniging in zijn gebied om in die vereniging mee te praten over de besteding van ‘zijn’ geld.
    • De Gemeente Enkhuizen verschaft aan het fonds aan het begin van elk jaar inzicht in de te verwachten opbrengst van de tariefsverhoging. Het bestuur berekent op basis van die gegevens de opbrengst per postcodegebied/sector. Het bestuur zondert van de aldus verkregen bedragen 25% af.
      De aanvragen worden ter goedkeuring aan het bestuur voorgelegd. De adviescommissie zal ze marginaal toetsen en vooral letten op de totstandkoming van het plan. Een aanvraag t.b.v. het eigen postcodegebied dient ondertekend te zijn door voorzitter en penningmeester van de aanvragende ondernemersvereniging (trekkingsgerechtigde). Als het een aanvraag betreft voor financiële ondersteuning van een “externe” partij voor een activiteit, dient de aanvragende partij te ondertekenen evenals de voorzitter of penningmeester van de aanvragende ondernemersvereniging. Het inhoudelijke besluit voor toekenning ligt bij de vereniging.
      Verenigingen doen een aanvraag voor een project dat nog gerealiseerd moet worden; een aanvraag voor een toekomstige besteding.
      Na toekenning van de aanvraag wordt het volledige bedrag ineens uitbetaald. Een financiële en inhoudelijke verantwoording wordt desgewenst afgelegd aan de ondernemersvereniging wiens trekkingsgelden beschikbaar worden gesteld.
      Voor de bovenstedelijke aanvragen (toegekend door de Adviescommissie) geldt dat er bij toekenning 75% wordt uitbetaald en de resterende 25% bij eindafrekening (uiterlijk ingediend 31/12 van het opvolgende jaar en voorzien van een handtekening van penningmeester en voorzitter van de aanvragende partij.
    • Verenigingen kunnen hun trekkingsrecht in het fonds sparen. Grote uitgaven, bijvoorbeeld voor infrastructuur of beveiliging, komen daarmee binnen handbereik. Er is geen jaarlijkse bestedingsdwang. Het bestuur van het fonds houdt in die gevallen wel de vinger aan de pols over de ontwikkeling van de plannen en zal zo nodig ook zelf het gesprek zoeken.
      Van toepassing is de spelregel dat indien het saldo van een trekkingsjaar na 3 jaar niet bestemd is of gereserveerd voor een project, (bekend bij het bestuur van het fonds) dan zal het jaarsaldo worden toegevoegd aan de stadsbrede reservering (bovenstedelijk budget). De besteding daarvan wordt bepaald door de Adviescommissie.

De aanvraagprocedure ziet er als volgt uit.:

    • Een groep ondernemers komt – per gebied of per sector – tot een samenwerkingsverband, bij voorkeur via een vereniging, opgericht bij notariële akte.
    • De vereniging krijgt van het Ondernemersfonds te horen over hoeveel trekkingsrecht zij per jaar beschikt.
    • De vereniging maakt bestedingsplannen en legt die voor aan het fonds. Het fonds toetst die plannen marginaal.
    • Na toekenning betaalt het fonds het bedrag volledig uit.